


De geheimen van Mohenjo-Daro blootleggen: een bloeiende stad van de beschaving van de Indusvallei
Mohenjo-Daro was een stad van de Indusvallei-beschaving, die bestond van ongeveer 2600 v.Chr. Tot 1900 v.Chr. Het was destijds een van de grootste steden ter wereld, met een geschatte bevolking van ongeveer 40.000 mensen. De stad werd gebouwd volgens een rasterplan, met goed geplande straten en afvoersystemen. De stad had een complex bestuurssysteem, met een aantal verschillende functionarissen en bestuurders die toezicht hielden op verschillende aspecten van het stadsleven. Er zijn aanwijzingen voor handel en commercie, evenals een sterke militaire aanwezigheid. De stad stond ook bekend om zijn geavanceerde architectuur en techniek, waaronder het gebruik van gebakken bakstenen en steen bij de bouwconstructie. Een van de meest opvallende kenmerken van Mohenjo-Daro is het Grote Bad, een groot openbaar badgebied dat waarschijnlijk werd gebruikt voor religieuze doeleinden. of ceremoniële doeleinden. Andere opvallende kenmerken zijn de Grote Graanschuur, de Citadel en de Benedenstad. Mohenjo-Daro werd rond 1900 vGT verlaten en de redenen hiervoor zijn niet helemaal duidelijk. Sommige theorieën suggereren dat een droogte of een andere milieuramp tot het verval van de stad heeft geleid, terwijl andere wijzen op invasies door andere culturen of sociale onrust als mogelijke oorzaken. Ondanks de verlatenheid blijft Mohenjo-Daro een belangrijke archeologische vindplaats en een bewijs van de verfijning en prestaties van de beschaving in de Indusvallei.



