Uitsluiting: inzicht in de gevolgen en oorzaken
Schorsing is de verwijdering van een advocaat uit de advocatuur. Het wordt doorgaans opgelegd als straf voor ethische overtredingen of ander wangedrag. Wanneer een advocaat wordt geschorst, mag hij niet langer de praktijk uitoefenen en moet hij zijn vergunning om zijn beroep uit te oefenen inleveren. In sommige rechtsgebieden kan de schorsing permanent zijn, terwijl deze in andere tijdelijk kan zijn of vatbaar voor beroep. De specifieke gevolgen van de schorsing kunnen variëren, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak en de wetten van het rechtsgebied waarin de advocaat een vergunning heeft. Enkele veel voorkomende redenen voor de schorsing zijn: 1. Verduistering van gelden van cliënten
2. Belangenconflict
3. Oneerlijkheid of fraude
4. Schending van de vertrouwelijkheid
5. Het niet verstrekken van adequate vertegenwoordiging
6. Deelnemen aan illegale activiteiten
7. Het niet naleven van rechterlijke bevelen of beroepsgedragsregels. Ontzetting kan ernstige gevolgen hebben voor de carrière en reputatie van een advocaat, en wordt vaak gezien als een laatste redmiddel nadat andere disciplinaire maatregelen zijn genomen. Het is echter een belangrijk instrument om de integriteit van de advocatuur te beschermen en ervoor te zorgen dat advocaten de ethische normen naleven die van hen worden verwacht.